“Vind je klompen te hard? Dan moet je er sokken in dragen. Heel vroeger lag er thuis geen vloerkleed maar zand op de vloer. Dan waren je leren klompsokken een soort pantoffels.” Jaap Kramer is een geboren verhalenverteller en maakt al 50 jaar klompen. Volgend jaar is het bedrijf, “met alle ups and downs”, 25 jaar van hem en zijn vrouw Joke. De productie is weliswaar veel minder dan voorheen, zijn ambitie en plannen zijn nog altijd even groot! Een reportage over duurzaamheid, authentiek gereedschap en zijn nieuwe stichting.

 

“Elke klomp is anders. Ook al lijkt alles machinaal te gaan, het is en blijft handwerk.”

Rondjes lopen tussen rondvliegend zaagsel
In de werkplaats laat Jaap vol trots de machines zien: “Deze zaag hier komt uit 1932. In drie kwartier tijd krijgt ‘ie alles in blokken gezaagd. Oerdegelijk en oer-Hollands.” Op dat laatste komt hij gelijk een beetje terug. De meeste machines zijn namelijk van Vlaamse of Franse maak. Jaap: “Ik gaf een keer een rondleiding door de werkplaats en maakte een flauwe belgenmop. Ik had het kunnen weten, er zat natuurlijk een Belg in de groep. Hij riep: ‘Wij zijn zo dom nog niet. Wij maken de machines, maar de Hollanders doen het werk.’ Ik zal dat niet snel vergeten!” Waren de mallen voor klompen vroeger van hout, nu zijn het kunststof exemplaren. Jaap: “Als de druk te hoog werd, sprongen ze kapot. Zonde natuurlijk. Voor elke maat hebben we een aparte serie.” De klompenmaker pakt de buiten-en binnenmodellen erbij en laat zien hoe hij samen met de machines klompen maakt. “Het is net een kopieermachine!” Als Jaap aan het werk is, doet hij niets anders dan rondjes lopen. Hij gaat van de ene naar de andere machine, met in het midden een grote bak voor de klompen. “Ik maak zo’n 100 paar in twee en een half uur. En elke klomp is anders. Ook al lijkt alles machinaal te gaan, het is en blijft handwerk.” Ondertussen vliegt het zaagsel in de rondte. “Kleine cadeautjes zijn dat,” grinnikt hij.

Traplopen met klompen
Jaap: “In de jaren ‘70 en ‘80 maakten we zo’n 60.000 klompen per jaar en hadden we veertien mensen in dienst. Er werd destijds veel meer op klompen gelopen. Niet alleen door boeren hoor, denk ook aan mensen in de bouw. Dit veranderde vooral door een nieuwe wetgeving. Officieel mag je nog steeds op klompen lopen, maar de meeste arbo-artsen willen het niet. Terwijl het gewoon veilig is. Je moet er alleen niet mee traplopen, al hebben we daar ook wat op verzonnen. We maken nu klompen met veters!” Momenteel werken ze met z’n drieën op het terrein in Heinkenszand. Jaap maakt de klompen, medewerker Marjo schuurt en schildert ze en zijn vrouw Joke zorgt voor de winkel en verkoopt hun producten op (streek)markten. “Nu komen we uit op ruim 4.000 paar per jaar.” Het gaat goed met het bedrijf. “Wist je dat we momenteel het enige non-food gecertificeerde Zeker Zeeuws product zijn?”

 

“Ik voel me zelfs verplicht om het aan de volgende generatie door te geven.”

Zeeuws hout voor Zeeuwse klompen
Buiten ligt een flinke partij hout opgestapeld. Heel veel soorten populier. De dunne plakken zijn voor kinderklompen. Jaap: “Het hout halen we van de andere kant van het dorp. Mooi, Zeeuws hout. Vroeger, met die grote productie, hadden we daar te weinig aan. Toen kwam het van verder. Nu onze productie kleiner is, kunnen we uit de voeten met hout uit Lewedorp en ’s Gravenpolder. Hoe dichterbij hoe goedkoper én hoe duurzamer we kunnen werken.” Ondertussen loopt klant Hanneke het terrein op. Jaap: “Kijk, nog een mooi voorbeeld van hoe we duurzaam werken! Klanten zoals Hanneke halen het zaagsel met hun kruiwagen op voor hun paardenstallen. We hergebruiken hier bijna alles.” Hanneke vult de klompenmaker aan: “En samen met de mest verteert het zaagsel, dubbel zo goed.” Ook worden de schorsen opgehaald. Jaap: “Daar maken ze van die kleine drolletjes van voor in palletkachels.” Verder krijgen oude klompen of niet zo goed gelukte exemplaren een nieuwe functie. “Daar maken we kippenvoerbakken van. Zeeuwen bin zuunig, eej.” Ondanks de hogere kosten heeft de klompenmaker geïnvesteerd in watergedragen verf. Jaap: “De klomp is een natuurproduct en de synthetische verf stoordeme al jaren. Deze verf past beter bij het product. Het is van nu.”

Stichting de Klompenkapper
Stilzitten, daar doet Jaap niet aan. Samen met penningmeester Adri Melio en secretaris Erwin van Maldegem werkt hij sinds december 2018 aan Stichting de Klompenkapper. Daarmee zetten ze zich in voor het bevorderen en in stand houden van machinaal klompen maken in Nederland. Jaap: “Het ‘kapper’ in de titel verwijst naar het hout kappen. Ik ben nu 63 jaar en zou het zonde vinden als het met mijn pensioen verdwijnt. Ik voel me zelfs verplicht om het aan de volgende generatie door te geven. We zijn niet voor niets immaterieel erfgoed van Unesco.” Momenteel is het drietal volop aan het netwerken. Jaap: “De gemeente wil meewerken en ook bij de provincie hebben we goed contact. Ik zou graag vrijwilligers opleiden in het vak die het doorgeven aan jongeren, aan de jeugd. Ook wil ik scholen erbij betrekken en hier materiaal voor ontwikkelen.” In welk vat ze de stichting precies gaan gieten volgt nog.

 

“Ik vind het een mooie uitdaging om mee te denken, om het oubollige karakter eraf te krijgen.”

Zijn droom: een werkend museum
In een ruimte achter de winkel staan we bij klompen die nog geschilderd moeten worden. Jaap: “Meer dan de helft van de klompen geven we een kleurtje. Vroeger was het één kleur, voor de kinderen geel met een bies. Nu kun je het zo gek niet bedenken.” Onlangs hebben ze meegewerkt aan een project over gelijkheid van de Zeeuwse kunstenaar Rem van den Bosch. Jaap: “Ik vind het een mooie uitdaging om mee te denken, om het oubollige karakter eraf te krijgen. Ik denk dat ik daar ook het meeste plezier uithaal: iets nieuws uitproberen, iets nieuws uitvinden. En dan hoeft het niet per se een klomp te zijn.” Maar wat is zijn grootste droom eigenlijk? Jaap denkt even na. “Een illusie is het meer, maar ik zou graag een werkend museum oprichten. Mijn vrouw Joke zegt weleens ‘Kun je er alsjeblieft eens mee ophouden?!’ Al die nieuwe ideeën altijd, maar zo werkt het nu eenmaal in mijn hoofd. Ik heb hier al het gereedschap van drie generaties klompenmakers. Ja, een werkend museum is echt een droom. En dat combineren met een molenaar. Als ik miljonair was, zou ik het wel weten.”

Tekst Kim van Zweeden
Foto’s Mel van Zweeden
Delen